Vermoorde onschuld
Je mag je kind niet overleven
Ik geef toe: dat is geen wet
Maar je mag er wel naar streven
Zelfs om vragen in gebed
Je leert het lopen, leert het fietsen
Leert het loeren naar gevaar
En je zingt lang zal ze leven
Ja dat zing je, ieder jaar
Je mag je kind niet overleven
Maar te vaak gebeurt dat toch
In de krant staat dan geschreven
Over dat meisje of dat joch
Juist die auto of die zeiltocht
Juist dat ene ongeluk
Maakt je leven onherstelbaar
Ja echt onherstelbaar stuk
Dat is nog net te aanvaarden
Daarmee ga je nog akkoord
Maar wat niemand kan bevatten
Als je onschuld is vermoord
Je moet door en je moet verder
Verdwaald, verdoofd, gestoord
Maar het is niet te bevatten
Dat je onschuld is vermoord
Het was een doodgewone ruzie
In een doodgewone klas
Over doodgewone feesten
Of een donkerblauwe jas
En die doodgewone ruzie
Uitgevochten na de les
Waarom liep hij uit de klauwen?
Want opeens was er dat mes |
Dat is echt niet te aanvaarden
Daarmee gaan we niet akkoord
Dit kan niemand echt bevatten
Als de onschuld is vermoord
Je moet door en je moet verder
Verdwaald, verdoofd, gestoord
Maar het is niet te bevatten
dat je onschuld is vermoord
Niemand kan het ooit begrijpen
Het gaat om dat ene woord
Je kind is niet overleden
Nee, je kind dat is vermoord
Dat betekent: door een ander
Met een mes of een stuk koord
Met een bijl of met een hamer
Is je onschuld bruut vermoord
Het is niemand uit te leggen
Je bent klein en stil en bang
En je kunt alleen maar zeggen
Iedereen heeft levenslang
Nee niet alleen de daders
Wel of niet in ’t gevang
Nee iedereen in de omgeving
Iedereen heeft levenslang |
| Flaggen
Mei trijekleur en mannich pompeblêden
fersiert De Westerein hjoed eltse trjitte.
Op keninginnedei is rûnom wat te rêden,
blier giet de jongerein de jûn temjitte.
De kroegen rinne fol, allyk de glêzen,
oeral is fleur en skarrelt men optein.
Nimmen hoecht jûn betiid wer thús te wêzen,
want nei dit keninginnefeest is it wykein.
De flaggen hingje kleurleas oan de mêsten
as einlings eltsenien nei hûs ta set.
Sa ek Marianne, net ien fan de lêsten,
allinne op 'e fyts. It mei eins net.
Mar gau nei hûs, de sokken der mar yn.
Dan... o myn God, slacht dêr it needlot ta.
Wa't har dêr wachtet is ien stik fenyn,
dy wol har lichem earst en dan har libben ha.
Wer hingje yn 'e Westerein oeral de flaggen út,
mar no healstok, sierd mei in swarte bân
Tûzenen minsken bring' in lêst salút
oan Marianne. Ut it hiele lân
binne se kommen. Fûsten wurde balle
tsjin de dieder fan dit sinleaze geweld.
Grouwélich har er har tebrutsen yn syn falle.
God, straf him, dy't gjin minskenlibben telt.
Uit: Marianne, "Troch alles hinne" van Jan Tabak |
Marianne
Het leek wel of je lachend werd geboren
Zo'n blijheid straalde van je uit
Wij keken ademloos genietend toe, wilden het van een ieder horen
"Wat een schat, wat een engel is de jongste spruit.
Vrienden, vriendinnen, op school en in de buurt, overal een 'geziene'
Dansen, uitgaan, vrolijkheid echt een tiener
Een ontluikende roos, waarover we dromen
Totdat ze op een avond niet meer thuis is gekomen.
Later verkracht en vermoord gevonden
Het is of we gek worden, de onzekerheid, de gewaarwording gebonden
Eerst denk je: een nachtmerrie die over zal gaan
Maar traag dringt de realiteit, het machteloze, de woede,
het verdriet door, dat naast je blijft staan
In bitterheid en tranen vol twijfel, moet je ervaren
Het leven gaat langzaam verder, zonder haar en dat is het nare
In wanhoop kijk je naar boven
En denkt, kon ik maar geloven
Men zegt: je bent nu in de hemel, engel van mij
Ik kijk naar de sterren, oh God waar is zij
Waar is nu mijn meisje, de zonnestraal in ons bestaan
Oh God, hoe is dit mogelijk, hoe heeft die schoft dit kunnen begaan
Kapot, gebroken van verdriet, zoekend naar de moordenaar,
Naar een uitlaat
Wanhopig, vechtend naar een oplossing die niet hier is,
Je niet loslaat
Engel Marianne, de lieveling van dit huis
God, als u bestaat en een God van liefde bent
Geef dan alstublieft een oplossing in dit zo zware kruis
Gentia |